Met de invoering van de nieuwe wet WWZ in 2015 is het arbeids- en ontslagrecht ingrijpend veranderd. In de nieuwe plannen die op 2 november 2018 door het kabinet zijn gepresenteerd, staat opnieuw een aantal wijzingen op stapel.
Deze voorgestelde wijzigingen zullen merkbaar zijn voor werkgevers als werknemers. Hoewel ze nog door de eerste en tweede kamer moeten worden goedgekeurd, is één van de maatregelen dat het makkelijker wordt om iemand te ontslaan. Vooruitlopend op de eventuele goedkeuring zet ik hieronder de twee belangrijkste wijzigingen op een rij welke voor de werknemer van belang zijn in een ontslagsituatie.
1. Cumulatie van ontslaggronden
Op dit moment is het zo dat een werkgever volledig invulling moet geven aan één ontslaggrond. Bijvoorbeeld een verstoorde arbeidsverhouding. In het nieuwe wetsvoorstel kan een werkgever meerdere (kleinere) ontslaggronden aandragen die voldoende reden geven tot een beëindiging van de arbeidsrelatie. Er wordt als het ware een optelsom gemaakt. Als een werknemer bijvoorbeeld minder functioneert, lastig in de omgang is én vaak ziek is, zal dit een reden kunnen vormen voor ontslag. Afzonderlijk levert dit momenteel nog geen legitieme reden voor ontslag op. Bij een dergelijke beroep op een cumulatieve grond zal mogelijk wel 50% meer transitievergoeding betaald dienen te worden.
2. Transitievergoeding
- Op dit moment moet je twee jaar gewerkt hebben voordat er een recht op transitievergoeding bestaat. In het huidige wetsvoorstel heeft iedereen vanaf het begin van een dienstverband recht op een transitievergoeding.
- De transitievergoeding bij langere dienstverbanden zal relatief laag uit kunnen vallen. Het instrument van de ‘gewogen’ dienstjaren zal daarbij mogelijk worden aangepast.
- Kleine ondernemers of ondernemers die hun zaak willen of (gedwongen) moeten sluiten, zullen minder hard getroffen worden door de verplichting van een transitievergoeding. De vergoeding zal in die gevallen lager worden. Voor de werknemers zal dit dus negatieve financiële gevolgen hebben.
