Momenteel is de WW-duur maximaal 38 maanden, afhankelijk van je arbeidsverleden. Dit is vergeleken bij andere landen erg lang. Vanaf 1 januari 2016 wordt de duur van de WW-uitkering per kwartaal met een maand verkort tot 24 maanden in 2019. Vanaf 2015 wordt ingevoerd dat al vanaf 6 maanden WW, mensen passende arbeid moeten accepteren.
De praktijk zal moeten uitwijzen hoe de wijzigingen zullen uitpakken. Er zijn tegenstrijdige berichten. Per wijziging hangt het af van degene wie je bevraagt of het een positieve of negatieve is ontwikkeling is. Frappant daarbij is dat werkgevers en werknemersvertegenwoordigingen positief zijn en dat er vanuit de advocatuur (die veelal werkgevers vertegenwoordigen) en rechtspraak veel kritische geluiden komen. Advocaten verwachten een ‘laywers paradise’, werkgevers verwachten veel minder advocaatkosten te maken (VNO verwacht een miljard minder advocaatkosten). Mijn insteek is dat er veel te theoretisch over gedebatteerd wordt. Juist in het arbeidsrecht zie je dat de juridische kaders en wetten van groot belang zijn, maar dat de praktijk op de werkvloer - binnen die kaders - zijn eigen koers bepaalt.
Situaties uit de praktijk
- Ondanks de vele betogen dat je zonder een dossier niemand kunt ontslaan, merken we dagelijks dat als het besluit genomen is dat indien een ‘vruchtbare samenwerking’ niet meer mogelijk is, een ontslag snel volgt. Al is er geen dossier, al is niet duidelijk waar de verwijtbaarheid precies ligt: de situatie is uiteindelijk niet vol te houden. Als het al gebeurt dat iemand in dienst blijft, bijvoorbeeld door een gerechtelijke uitspraak, is de arbeidsrelatie vaak zo verstoord, dat partijen uiteindelijk toch uit elkaar gaan. Dan sta je binnen een jaar weer samen bij de rechter;
- Ontslag op staande voet is netjes in de wet verankert. Er zijn veel strenge voorwaarden aan verbonden, waardoor een ontslag op staande voet niet zomaar stand houdt voor de rechter. Maar daar gaat het juist om: heel veel gevallen komen niet voor de rechter. Hoewel er strenge voorwaarden zijn, kan het ontslag op staande voet gewoon uitgesproken worden. Als je daartegen niet in verweer gaat, heb je geen uitkering en geen inkomsten. Het gros van de werknemers, rent bij een ontslag op staande voet niet naar de rechter. Vanwege de aanzienlijke kosten die daarmee gepaard gaan, loopt deze met hangende pootjes terug naar de werkgever om een overeenkomst op te stellen, zodat je tenminste nog een WW-uitkering krijgt. De ander gaat snel op zoek naar nieuw werk. Op deze manier wordt het als middel ingezet om snel en goedkoop, per direct van een werknemer af te komen. Ondanks de nette, strikte voorwaarden die in de wet zijn opgenomen.
Ik ben benieuwd hoe het nieuwe ontslagrecht zijn weg zal vinden in de praktijk.